BuG 454 – Bericht uit het Gewisse – 4 juli 2020

BuG 454 on-line     Print  Tablet  Smartphone (30p)

"Moet niet elk winstoogmerk gebannen waarbij betoelaging door
 overheden en RIZIV omgezet wordt in uitkeringen aan aandeelhou-
ders, dwz 'ter persoonlijke verrijking', conform aan het
Vonnis van
 het Arbitragehof:
"Het is niet kennelijk onredelijk dat een subsi-
diërende overheid voor het verlenen van haar financiële steun
opteert voor de uitbaters van inrichtingen waarvan de rechtsvorm
de waarborg biedt dat hun activiteiten op het algemeen belang
gericht zijn en dat zij geen persoonlijke verrijking nastreven
.”


Woonzorgcentra, de dode(n)hoek van de corona-crisis.
Hoe meer plaatsen in profit-woonzorgcentra, zowel com-
merciëel als VZW-profit, in een regio, hoe meer doden.
  
België is wel degelijk het land met de meeste doden,
voortgaande op mortaliteit en met de vaststelling dat 2/3
van de oversterfte tussen 18/03-31/05/2020 bewoners
van woonzorgcentra betrof, nl 6.054, bijkomend aan
de 10.455 'normale overlijdens' in dezelfde periode,
die zonder pardon onder de mat geveegd worden.
  
Interuniversitair onderzoek Prof. Geert Molenberghs
Profiel rusthuisbewoner, Socialistische Mutualiteit
Knack, 19/02/2020, Ivo Uyttendaele protest 80-gers

Apache, Tom Cochez: Bejaarden te koop, deel 1
Apache, Tom Cochez: Bejaarden te koop, deel 2
Paul Derhaeg, Netwerken residentiële ouderenzorg

Een doorlichting van dodental woonzorgcentra en anderen

Dit bericht geeft een verslag van een zoektocht naar manieren om de impact en vooral het aantal dodelijke slachtoffers, met inbegrip van de woonzorgcentra, inzichtelijk te maken. De beperkte toegang tot  basisgegevens, zeker op het gemeentelijk niveau, met de toch wel schrijnende onmogelijkheid om het aantal bevestigde besmettingen in de maand maart te verkrijgen, is een beperking die ons er niet van weerhouden heeft enkele tools uit te werken, zoals de Dode(n)hoek, met dank aan het interuniversitair onderzoek olv prof. Geert Molenberghs, de lijnen van het % profit WZC en plaatsen in woonzorgcentra in elk gewest, provincie en arrondissement.

Deze tools, analysekaders en data stellen we graag ter beschikking van elkeen die verder onderzoek doet en van lezers en geïnteresseerden, die meer specifiek voor hun regio grafieken wensen die deze aanpak en analyse beter en concreter kunnen illustreren, eenonmogelijke opdracht om dat hier in extenso te doen. Alle vragen, opmerkingen, correcties en suggesties zijn meer dan welkom op info@npdata.be.

Eindelijk: DS 04/07/2020 "In ons land hebben we daar geen zicht op (clusters, nvdr) omdat niemand gegevens bijhoudt. Daar komt nu verandering in, zegt Steven Van Gucht, hoofd Virale Ziekten bij Sciensano. ‘Er is een inventaris van alle clusters in aanmaak’, zegt hij. ‘Daar kunnen we veel uit leren. De plaats en grootte van clusters toont hoe sterk het virus zich in bepaalde omstandigheden verspreidt.’" Maar vooral ook hoe het corona-virus z'n dodelijke spoor trok in de gemeenten, dag op dag, en hoe het binnendrong in WZC's, langs het traceren van personen en nagaan van clusters. Niet om te culpabiliseren maar om te weten.
Waarom duurde het drie maanden om het evidente te doen? Op 14/04/2020, drie maanden geleden, stuurden we een mail naar Sciensano om onze aanbreng te doen als socioloog in het registreren, traceren van besmettingen en doden op basis van een uniforme vragenlijst bij elke besmeting, en vooral bij overlijden. Onze ervaring als socioloog, onderzoeker en statisticus zou zo diensten kunnen bewijzen. En misschien kan men deze data ook vrijgeven voor verder onderzoek, oa door sociologen.
Het ruimere plaatje: Zoeken naar oorzaken van.dodental kan niet voorbij de informatie over statuut, beheer, personeelsomkadering,het ontbreken van realisatie van het evidente na 2005 en het belang van het winstoogmerk. Vandaar dat het essentieel is het aantal overlijdens te kennen per woonzorgcentrum en wanneer die overlijdens hebben plaats gevonden, met onderscheid tussen corona-(verbonden) doden en overlijdens wegens andere oorzaken.
Bronnen: Een analyse van de mortaliteit in het algemeen en in woonzorgcentra voor België, de gewesten, provincies en arrondissementen op basis van de gegevens van het Rijksregister, het interuniversitair onderzoek Molenberghs, het aantal plaatsen in woonzorgcentra en gegevens van Sciensano.
Ontbrekend: Aantal overlijdens per woonzorgcentrum tussen 18/03 en 31/05/2020, het aantal besmettingen in maart 2020 en vooral ook de mortaliteit per dag in 2020 in alle gemeenten in België. Welke politieker, administratie, professor,.... kan hiervoor zorgen?

1. Grafieken voor elke lokaliteit zijn opvraagbaar bij npdata.be

Alle hieronder verwerkt materiaal en grafieken kunnen voorzover beschikbaar, opgevraagd worden voor België, de gewesten, provincies en arrondissementen door een eenvoudige vraag aan info@npdata.be. Het is onmogelijk om al deze lokaliteiten hier in detail te behandelen.

2. Opmaak van een format voor inzicht, vergelijking en evolutie


Bij het opmaken van deze/elke format voor gegevensverwerking dienen strategische keuzes gemaakt die de tand des tijds weerstaan. De volgende keuzes zijn gemaakt:

2.1. Alle data op dagbasis tussen 01/03/2020 en 21/06/2020 (W25)

Verwerking van dagelijkse gegevens, dit in tegenstelling tot de internationale verwerking die op weekbasis gebeurt, waarbij de weken telkens van jaar tot jaar verschuiven. Inbreng en verwerking van gegevens op het grootst mogelijke detail is een adagium bij npdata.be. De gegevens zijn op dagbasis beschikbaar, waarom ze dan niet op dagbasis verwerken.

2.2 Het 7-daags voortschrijdende gemiddelde


Daggegevens fluctueren, maar het (internationaal aangewende) 7-daags voortschrijdend gemiddelde, laat toe de dagevolutie te volgen met afvlakking van de schommelingen. Het gegeven van een dag wordt samengeteld met dat van de zes voorgaande dagen en het totaal wordt gedeeld door 7.

2.3. Het beeld en de grafiek moeten voor zichzelf spreken

Het beeld van een evolutie moet spreken, dwz voortgaande op tabellen en cijfers, zoeken naar een grafische vorm die op zich het inzicht geeft, en laat zien waar het op staat. Met alle beperkingen van de software, in dit geval excel 2016, komt men toch al ver, maar het blijft een echte uitdaging.

2.4. Differentiatie gegevens tussen woonzorgcentra en 'samenleving'


Onderscheid dient gemaakt tussen de gegevens en vaststellingen voor de woonzorgcentra en de andere, hier aangeduid met S-ing, samenleving, ook al behoren de bewoners van woonzorgcentra tot de samenleving, maar hun 'afzondering' betekent een verhoogde kwetsbaarheid.

2.5. Een interuniversitair onderzoek dat er toe doet

Voor de woonzorgcentra en hun reilen en zeilen ontbreken elementaire gegevens, zodat uiteraard enkel met beschikbare gegevens kan gewerkt. Het interuniversitair onderzoek o.l.v Geert Molenberghs is hierbij een essentiële referentie, het wordt in bijlage toegevoegd. Kort samengevat nemen we de centrale vaststellingen over waarbij in de geobserveerde periode met oversterfte in België (18/03-31/05/2020) 12% van de bewoners van woonzorgcentra besmet waren, ongeacht of dit bevestigd is door een testing of niet, met een IFR (infection fatality rate - dodelijke afloop bij besmetting) van 34,2%, in het midden van de 'range' die het onderzoek vooropstelt. Voor de methodologie en en aannames, zie het onderzoek van Molenberghs.

2.6. Gemiddelde verblijfsduur in een woonzorgcentrum: 2,9 jaar

Even essentieel is de gemiddelde verblijfsduur van een bejaarde in een woonzorgcentrum. Recent verscheen een onderzoek door de socialistische mutualiteit dat hierop een antwoord biedt, en volledig tegengesteld is aan het gemak waarmee zowel Wivina Demeester, Mieke Vogels en Wouter Beke spraken over gemiddeld 1 jaar en een half, en Margot Cloet op 31/06/2020 in Ter Zake zelfs over een tot anderhalf jaar. Zelf gingen we in vorige berichten voort op 24 maanden met de aanduiding dat dit allicht een een onderschatting was. In feite verblijft een 'rusthuisbewoner' 2,9 jaar in een woonzorgcentrum, 2,8 jaar in het Vlaams gewest, 3,3 jaar in Brussel, 3,0 jaar in Brussel, vrouwen 3,4 jaar en mannen 2 jaar.
Ten opzichte van 2013 is de gemiddelde verblijfsduur ongeveer stabiel gebleven, zo stellen de onderzoekers. Voortgaande op de gemiddelde verblijfsduur kan het gemiddeld aantal overlijdens berekend worden per dag van bewoners in een woonzorgcentrum: 147.553 plaatsen (zie - Vlaams gewest, 809 WZC Brussels gewest, 145 WZC, Waals gewest, 593 WZC) gemiddelde vervanging door overlijden op 2,9 jaar = 147.553/(2,9x365) = 134 bewoners per dag in het totaal van 1.547 homes in België. Of 1 bewoner per 10 dagen, tussen 2 à 3 op maandbasis in een woonzorgcentrum van gemiddeld 100 bewoners. De oversterfte van 6.000 bewoners in de woonzorgcentra komt dan overeen met gemiddeld 1,5 bijkomend overlijden op maandbasis in elk woonzorgcentrum.

Toetsing aan plaats overlijden. Een verblijfsduur van 2,9 jaar is ook plausibel wanneer deze getoetst wordt aan de statistiek van de
Plaats vanoverlijden bevolking 2017,  wetende dat 23% van de bewoners van woonzorgcentra in normale tijden in een ziekenhuis overlijdt (zie Profiel rusthuisbewoner , Socialistische Mutualiteit 2018, en dat 20,6% van alle 80-plussers in een woonzorgcentrum verblijft, zie Bevolking volgens leeftijd en gewest op 1/01.

2.7. Sciensano-gegevens


De gegevens van Sciensano wat aantal testings, bevestigde besmettingen, dodental en aantal ziekenhuis opnames per dag werden verwerkt. Een grote beperking zijn de 2.697 doden waarvan het geslacht of de leeftijd niet gekend is, voornamelijk komend uit de woonzorgcentra, en die voor 98% in het Vlaamse gewest gesitueerd worden. Is er nu, na herhaaldelijk aandringen bij Sciensano en ook bij minister Beke hier geen aanvullende informatie in te brengen, dat kan toch geen probleem zijn, of wel, en waarom?

2.8. Mortaliteit volgens rijksregister is de referentie

De evolutie van de mortaliteit vanaf 2009 en in 2020 vormt de referentie voor de verdere analyse, en niet de Covid-doden zoals geteld door Sciensano. Deze laatste zijn meestal later geregistreerd, en vermengd met andere doodsoorzaken, zodat er, in vergelijking met de officiële mortaliteit, zoals aangegeven bij de gemeenten, een afwijking in plus of min kan zijn. Het gaat dan om de 'sterfte-evolutie', die zowel over-als ondersterfte of gelijke sterfte kan zijn in vergelijking met gemiddelden van vorige jaren, in deze analyse 2009-2019.

2.9. Eerst de analyse van de globale cijfers, dan de leeftijd en geslacht

In de verdere analyse wordt enkel gefocust op het totaal gegeven, zonder opdeling naar geslacht of leeftijd. De meeste gegevens en grafieken kunnen gespecificeerd naar leeftijd en geslacht wat mortaliteit betreft en dit tot op het arrondissementeel niveau, maar dat valt buiten het bestek van deze eerste, globale analyse.

3. Vergelijking mortaliteit 2020 met gemiddelde 2009-2019, 2016-2019 en 2019 en met Covid-dodenregistratie (Sciensano)

De npdata-database is zo opgemaakt dat een vergelijking kan gebeuren van de evolutie in 2020 met de gemiddelde mortaliteit 2009-2019, desgevallend met het gemiddelde 2016-2019 en 2019. Ook zo dat een actualisering en update van elk gegeven op elk moment in 2020 en later mogelijk is wat betreft aantal besmettingen en mortaliteit.

België

Om de vergelijking visueel mogelijk te maken werden de Covid-19 doden geteld bij het gemiddeld aantal voor de periode 2009-2010. De curves zijn quasi volledig gelijklopend tot einde april Een hogere registratie van corona-verbonden doden na 1 mei 2020 verklaart het beperkte verschil. Voor de verdere verwerking wordt voortgegaan op de aangiftes van overlijdens bij de gemeenten, toegespitst op de periode met oversterfte in Belgie, nl 18/03/2020 tot 31/05/2020. In bepaalde arrondissementen is er dan nog op sommige dagen ondersterfte, of na 31/05/2020 oversterfte.

De vergelijking van 2020 met de gemiddelden van vorige jaren is indicatief, waarmee duidelijk wordt dat 2020 een uitzonderlijk jaar is. De hogere mortaliteit komt, zoals (vast)gesteld quasi exclusief voort uit de Covid-19-overlijdens.

4.  Bevestigde besmettingen, mortaliteit - België

België

De evolutie van de bevestigde besmettingen in België, extreem hoog, zonder piek, maar met een zeer lang uitdeinend plateau voor een steile vermindering, het moet de virologen zeer grote zorgen gebaard hebben.

Ter vergelijking het 7-daags voortschrijdend gemiddelde per 100.000 inwoners in de West-Europese landen op 02/07/2020 (rapporten WHO).

Merk de alsmaar stijgende besmettingsgraad in Zweden (helderblauw) en de opstoot in Portugal (lichtblauw), en ook Luxemburg (donker) Luxemburg (donkergrijs) kende een zeer snelle en zeer hoge besmettingsgraad samen met Ierland (groen) en Zwitserland (helderblauw). Het virus heeft zeer vroeg langs de aan Luxemburg grenzende Belgische arrondissementen z'n weg naar België gevonden, en langs de centrale spoorlijnen naar Brussel en Luik zich allicht verder verspreid. De opstoot in Luxemburg mag dus (weer) zorgen baren. Een verdere analyse op arrondissementeel vlak, en zeker op gementelijk vlak en het pas opgestarte onderzoek naar clusters, in het verleden, en het heden ijn daarom van cruciaal belang.

5. % Sterfte-evolutie (over- en ondersterfte) 01/03-21/06/2020

Door de sterfte-evoutie, dwz het aantal overlijdens in 2020 per dag - het het gemiddeld aantal overlijdens 2009-2019 te delen door het gemiddeld aantal overlijdens 2009/2019 komt de sterfte-evolutie in beeld;

Dit kan voor elk arrondissement, provincie en gewest, met onderscheid naar geslacht en leeftijdscategorie (-25, 25-44, 45-64, 65-74, 75-84, 85+) eenvoudig berekend en met elkaar vergeleken worden. Ook voor de toekomst is het van belang op op deze wijze de 'ondersterfte' en eventuele heropflakkering van het virus tot op het arrondissementeel niveau in beeld te brengen. Best zou zijn om op een continue wijze ook deze basisgegevens vanuit het rijksregiser op gemeentelijk niveau ter beschikking te krijgen. Dat kan nu enkel tav 'partners' dwz doctorandi en professoren die er publicaties aan gaan wijden. De politici zelf en 'vrije onderzoekers' worden evenwel deze basisgegevens onthouden. Enkel de burgemeesters zouden langs hun ingifte en toegang tot het rijksregister de evolutie in hun gemeente zo kunnen opvolgen, maar hoevelen doen dit? Wie kan deze elementaire gegevens vrijmaken?

Marche-en-Famenne

Marche-en-Famenne is het arondissement met de hoogste dagsterfte in België in 2020 tav het gemiddelde in 2009-2019.

Zoals in Marche-en-Famenne er (opnieuw) een oversterfte is van 100% (ook al betrfet het slechts enkele inwoners), de opstoot in het arrondissement Hasselt is allicht nog een late uitloop van de besmettingen, of het uitstelgedrag wat medische zorgen betreft.

Dit in tegenstelling tot het arrondissement Luik (625.765 inwoners), waar er in al sprake is van een ondersterfte van 50%, in arronissement Aarlen (beperkt aantal inwoners) zelfs van 100%.

6. Testings, bevestigde besmettingen en % bevestigde

De bevestigde besmettingen gaan de mortaliteit in het beeld mooi vooraf, hetgeen een gevolg is van het erg beperkte maar selectieve gebruik van de testings. Volgende grafiek, op logaritmische schaal maakt dit duidelijk

De piek van de testings valt op het ogenblik dat het aantal vastgestelde besmettingen en het aantal doden sterk terug gevallen waren. De vraag, of is het de vaststelling dat bij een vroegere en bredere testing het dodental sterk had kunnen gedrukt worden.

Meteen kan ook duidelijk gemaakt dat het, ook door Trump tot vervelens toe herhaalde fabeltje van de virologen over het verband tussen het aantal testings en het aantal vastgestelde besmettingen ontkracht worden. Dat verband bestaat wel degelijk bij selecte toepassing van testing (enkel wie ziek is of symptomen heeft), maar niet, zoals het bij breed gebruik van testings het geval is, als het om aselecte testings gaat. In dat geval is de 'wet van de grote getallen' van toepassing', dwz bij vergroten van de steekproef, of in dit geval het aantal testings, zal het resultaat altijd in dezelfde lijn liggen. Ook al is het aantal testings opgelopen tot meer dan 10.000 per dag, het aantal besmette gevallen is constant gedaald.

Op onderstaande grafiek brengen we op de linkeras het aantal testings en het aantal bevestigde besmettingen in beeld en op de rechteras het % bevestigde besmettingen.


Een nadere beschouwing van de loop en snijpunten van het % bevestigde besmetting is leerrijk: op de snijpunten van de %-lijn met aantal besmetingen (neergaand) en aantal testings (opgaand) zien we dat vanaf het ogenblik dat het hoogste aantal testings werd bereikt, het aantal bevestigde besmettingen naar een zeer laag niveau is gezakt, en dan nog alsmaar alsmaar kleiner werd.

Update 02/07/2020 van landen met sterk opgaande besmettingsgraden.

België kan ook hier als referentiepunt dienen, met een erg hoge en vooral lang aanhoudende besmettingswaarden, en ook Zweden (het gidsland?) dat op 30/06/2020 ook in verhouding tot de bevolking België achter zich gelaten heeft en met de VS, dat weliswaar op een veel lager besmettingsniveau als België, naar de sterren reikt - wanneer vallen hun 'sterren' uiteen? Ter vergelijking is ook de neergaande lijn van Rusland toegevoegd.

Wie geïnteresseerd is in een regelmatige update van deze grafieken kan regelmatig een kijkje nemen op m'n Facebook-pagina.

Enkel voor België een volledig overzicht van besmettingen

Aantal bevestigde besmettingen per gewest,provincie en arrondissement blijft de periode 01/03/2020 een blinde vlek. Voor Limburg bijvoorbeeld begint deze grafiek maar op 31/03/2020.

Limburg

Aroondissement Hasselt

Aroondissement Luik

 

7. Besmettingen, ziekenhuisopnames, mortaliteit

Voortgaande op beschikbare gegevens, oa ziekenhuis-in vanaf 15/03, met 7-daags gemiddelde ingebracht vanaf 21/03, en vermeerderd met de gemiddelde sterfte 2009-2019 om de vergelijking eenvormig te maken met het dodental 2020.

Vastgestelde besmettingen lopen in de aanvangsfase achter op de ziekenhuisopnames, een gevolg van de beperkte en late testings, dikwijls pas in het ziekenhuis zelf. Het dodental staat in verhouding tot de ziekenhuisopnames, maar met vertraging van een aantal dagen en mede af te lezen uit het aantal patiënten op de intensieve zorg en al of niet met beademing. De gegevens voor een verdere analyse of koppeling zijn aanwezig in de Sciensano-database maar vooralsnog niet voor exploratie beschikbaar.

Toch kan de mortaliteit in ziekenhuizen afgemeten worden aan de inkomende patiënten in het ziekenhuis per dag.De mortaliteit wordt globaal voor de helft toegewezen aan ziekenhuizen en voor de helft aan de woonzorgcentra. Daarbuiten is de mortaliteit minimaal en het is hier vooral te doen om het globaal beeld. De stippellijn geeft op de rechteras het % ziekenhuisdoden in verhouding tot de ziekenhuisopnames, op de dag zelf gemeten. Deze bereiken hun maximum op 15 april, twee weken nadat het aantal ziekenhuisopnames fors begon te stijgen

Deze grafiek is ook voor gewesten en provincies te exploreren.

8. Mortaliteit in woonzorgcentra

Vooraf: Terwijl de focus van onderzoek in (Vlaamse) commissies en media vooral ligt op de concrete toestanden, beleving en verwerking van het sterven in corona-tijden, meer speciaal in de woonzorgcentra, gaan we hier in op het in beeld brengen van de ruimere context en evolutie. Als vanuit diverse hoeken gesteld wordt dat door de maatregelen een ramp vermeden is, dat betreft dit in eerste instantie de bewoners van de woonzorgcentra en de oudere bevolking. Zonder de maatregelen, vanaf 11 maart het verbieden van bezoek bv, zou het dodental, ook in woonzorgcentra het vijf- tot tienvoud hebben bedragen. Dit is geen doekje voor het bloeden, maar het moet de geesten voldoende open houden omdat, mede door de exemplarische inzet van het personeel, directies en beheer, het mogelijke is gedaan in de gegeven omstandigheden. Dat de vakboden in feite de enige waren (en zijn) die ook het belang van de bewoners ter harte genomen hebben door de decennia heen wordt nergens aan de orde gesteld, zij worden in feite in elk debat en nadenken uitgesloten. Dat het de vakbonden geweest zijn die in 2000 het personeelsstatuut van de werknemers in woonzorgcentra op hetzelfde niveau gebracht brengen als dit van de ziekenhuizen, dat de eindeloopbaanregelingen duizenden werknemers langer aan de slag houdt, kan men zelf niet met een vergrootglas ontdekken in commentaren of evaluaties. Dat men schaamtepremies toekent aan zorgpersoneel, terwijl bv de werknemers van de woonzorgcentra het enkel met een eindejaarspremie moeten stellen, terwijl hun collega's van de welzijns- en culturele sector al sinds 2015 over een volledige dertiende maand beschikken wordt liever onder de mat geveegd of niet aan de orde gesteld. De zorgsector door het aanvullen van de eindejaarspremie tot een dertiende maand geven zou een voor de hand liggende en alles bijeen niet zo kostelijke tegemoetkoming zijn. Wie komt er voor op?

8.1. Mortaliteit in WZC 2020 tav gemiddelde 2009-2019

Om een beeld te geven van de mortaliteit in de woonzorgcentra, in het algemeen en de oversterfte in 2020 wordt voortgegaan op twee aannames'/berekeningen:

- gemiddelde sterfte in woonzorgcentra tav de 'normale' sterfte in België, voortgaande op een verblijfsduur van gemiddeld 2,9 jaar in een woonzorgcentrum in België, bij gelijke spreiding van sterfte over deze periode. Deze komt neer op 47,5%. Dit % wordt toegepast voor het gemiddelde 2009-2019 en 2020, behoudens voor de periode 18/03-31/05/2020, dwz de periode van globale oversterfte waarbij de sleutel van 2/3 overlijdens van bewoners uit woonzorgcentra in rekening wordt gebracht, voortgaande op de Sciensano-telling.
- gemiddeld % van overlijdens in woonzorcentra, voortgaande op de covid-19 registratie van Sciensano, in de periode 18/03-31/05/2020 gelijk gespreid over de geobserveerde periode

België

Deze grafiek kan gelegd worden naast deze met de totaalgegevens. Op die basis kan ook het % oversterfte berekend worden voor bewoners van woonzorgcentra en daarbuiten, in de samenleving.

België

De gemiddelde maximale oversterfte bedraagt 100%, zie punt 5 hierboven. Voor de woonzorgcentra is dat evenwel 140% en voor de anderen 68%.

Ook hier kunnen voor elk gewest, provincie en arrondissement de curves getrokken worden, bv voor Arrondissement Tongeren en Gent, en Mechelen

Tongeren

Arrondissement Gent


Mechelen

Met ook hier een late opstoot van oversterfte tot 50%

Oversterfte in WZC en anderen per gewest

Bussels gewest

Vlaams Gewest

Waals gewest

 

8.2. Normale sterfte en oversterfte in WZC en bij anderen

De 'normale sterfte' wordt in volgend grafisch beeld duidelijk

Oversterfte tussen 18/03/2020 en 31/05/2020 WZC en anderen

Normale en oversterfte WZC 2020

Normale en oversterfte 2020 anderen

Al deze grafieken kunnen aangemaakt worden voor elk gewest, provincie en arrondissement, zodat deze ook onderling kunnen vergeleken worden.

Ter illustratie nog een grafiek van Limburg, arrondissement Hasselt en gewest Brussel

Limburg

Arrondissement Hasselt
Gewest Brussel

8.3. Totale sterfte en sterfte woonzorgcentra gecumuleerd

Een meer diepgaand inzicht in de relatieve corona-sterfte in woonzorgcentra wordt verkregen door dag na dag het aantal overlijdens op te tellen en uit te zetten op een tijdslijn van 18/03/2020 tot 31/12/2020, dag waarop het totaal overlijdens grafisch wordt weergegeven. Er wordt voortgegaan op de mortaliteitscijfers zoals tot de 24ste week gepubliceerd door de Belgische statistische diensten. Om het aandeel van de woonzorgcentra te berekenen wordt voortgegaan op het onderzoek van de socialistische mutualiteit die voor België een gemiddelde verblijfsduur van 2,9 jaar vaststelde, terwijl volgens Sciensano 2/3 van de overlijdens bewoners van woonzorgcentra betrof. De overlijdens worden volgens deze factoren gelijk gespreid over de geobserveerde periode.

 
8.4. Cumul normale sterfte en oversterfte in woonzorgcentra.

Voortgaande op een gemiddeld verblijf van 2,9 jaar in een woonzorgcentrum betekent dit gemiddeld 134 overlijdens per dag in deze periode. Door dag aan dag 134 op te tellen in de geobserveerde corona-periode overlijden er in gewone tijden 11.776 bewoners van woonzorgcentra. Als de gemiddelde verblijfsduur, zoals nogal eens ten onrechte wordt aangenomen, 1,5 jaar zou bedragen is het aantal normale overlijdens 20.213 in dezelfde periode van 18/03-31/05/2020.

Hoe situeren zich dan de 6.054 'corona-doden' in de woonzorgcentra? Dat wordt duidelijk als ook de cumul van corona-doden uit woonzorgcentra worden toegevoegd:

België

De curve van de corona-doden voegt zich toe aan de uitgetekende lijnen van de corona-sterfte, zoals hierboven al uiteengezet met het % oversterfte als duidelijkste beeld.

Confronterende en meer beantwoordend aan de werkelijkheid is het beeld dat tot stand komt wanneer de 'normale' overlijdens woden samengeteld met de oversterfte en de oversterfte als een % berekend wordt op de normale sterfte, waarbij, volgens de vaststellingen van het gedegen onderzoek van de Socialistische Mutualiteit, de volledige bewonerspopulatie vervangen wordt op gemiddeld 2,9 jaar tijd.

België - gemiddelde verblijfsduur 2,9 jaar

In totaal zijn er in de 1.563 woonzorgcentra in België, waar plaats is voor 147.533 bewoners, zijn er tussen 18/03/2020 en 31/05/2020 16.491 bewoners overleden, waarvan 10.437 en 6.054 door oversterfte als gevolg van het corona-virus.

Door voort te gaan op gecumuleerde cijfers kunnen verschillende lokaliteiten, gewest, provincie, arrondissement, en idealiter de gemeente, ook met elkaar vergeleken worden. Tevens kan nagegaan worden of er kenmerken zijn in lokaliteiten die samengaan met een hogere sterfte. We gaan dit na voor twee kenmerken, nl het aantal plaatsen in woonzorgcentra in verhouding tot de bevolking, en het % profit-woonzorgplaatsen op het totaal. Maar eerst de Doden(n)hoek.

8.5. % Oversterfte woonzorgcentra tav de normale sterfte

Voor elk gewest, provincie en arrondissement kan berekend worden wat het % oversterfte geweest is in de periode 18/03-31/05/2020 tav de normale sterfte, voortgaande enerzijds op een gemiddeld verblijf van 2,9 jaar, en het vermeende gemiddelde verblijf van 1,5 jaar van een bewoner in een woonzorgcentrum en dit over de ganse tijdslijn in deze periode.

België

Gemiddeld wordt de ganse populatie bewoners in het geheel van de 1.563 woonzorgcentra met 147.553 plaatsen vervangen op 2,9 jaar, dat komt neer op 131 bewoners per dag. Dat is niet anders geweest in corona-tijden. Alleen zijn er een aantal bijkomende overlijdens gewest, die hadden kunnen vooromen worden, of waarvan de omstandigheden dramatisch waren wat afscheid betreft.

Een wet die in alle omstandigheden waarborgt dat afscheid persoonlijk en met geliefden kan gebeuren is daarom misschien wel de belangrijkste les om te leren zie Knack, 19/02/2020, Ivo Uyttendaele protest 80-gers

Limburg.

Bergen

Het 'raadsel' van Bergen heeft nog niemand opgelost. De overweging dat de wisselwerking Evere-Bergen en Bergen-VS  rond NATO en NAVO voor een vroege verspreiding van het virus gezorgd heeft in en rond Bergen, samengaand met de hoogste concentratie van inwoners met Amerikaanse migratieachtergrond, lijkt meer en meer plausibel. Het verklaart ook de relatief vroege impact van het corona-virus, ook in de mortaliteit.

Bastenaken

Ook al betreft het arrondissementen met een beperkt aantal inwoners, de aan Luxemburg grenzende arrondissementen hebben ook in een zeer vroeg stadium te maken gehad met het corona-virus, zoals ook in deze grafiek zichtbaar wordt.

Arrondissement Aarlen


Arrondissemtn Virton


8.6. De 'Dode(n)hoek, voortgaande op Molenberghs parameters

Voortgaande op de resultaten van het interuniversitair onderzoek olv prof. Geert Molenberghs worden twee lijnen toegevoegd aan de grafiek met de 'normale' sterfte. Het onderzoek betrof België zodat hun parameters laten toe de exacte 'Infection Fatality Rate (IFR) te berekenen voor de woonzorgcentra, voortgaande op het door hen berekende % gevallen (bevestigd en niet bevestigd samen) voor de woonzorgcentra, nl. 12%. Voor de methodologische voorwaarden en berekeningen, zie het verslag an hun onderzoek.

Voortgaande op 147.553 bewoners aan 12% gaat het om een besmetting van 17.706 bewoners. Het  effectief aantal overlijdens in woonzorgcentra (zowel in de centra als bewoners in het ziekenhuis is 6.054, voortgaande op de mortaliteitsgegevens, en dus niet op het aantal Covid-19 doden van Sciensano, waar een ruis op zit. De IFR is voor de Belgische woonzorgcentra dan 34,2%, en zit midden in 'range', het bereik waarbinnen de onderzoekers het dodental situeren in de woonzorgcentra.  Op die basis kan voor elke lokaliteit (België, gewest, provincie, arrondissement - steden, als de gegevens beschikbaar zijn) voortgaane op de plaatsen in de woonzorgcentra het aanta overlijdens in woonzorgcentra worden afgeleid. De toets kan/moet uiteraard vanuit de werkelijkheid gebeuren, maar hoe lang moeten onderzoekers of de goegemeente op deze exacte cijfers nog wachten. Intussen is het 'behelpen' op de meest exact mogelijke wijze.

De dode hoek met de oversterfte in woonzorgcentra

Een hoek bestaat altijd uit twee lijnen, in dit geval
-  een horizontale lijn die gelijk is aan het  effectief aantal oversterfte voortgaande op de officiële mortaliteit waarbij voor elke lokaliteit 2/3 van de oversterfte verbonden worden aan woonzorgcentra.
- en diagonale lijn op basis van de cumul, dag aan dag van oversterfte die, in de gegeven tijdsperiode van 18/03/2020 tot 31/05/2020 op hetzelfde totaal aantal uitkomt als de horizontale lijn.

Grafisch komt dan volgend beeld tot stand.

De oversterfte fluctueert als gemiddelde voor België tussen de horizontale Dode hoek-lijn, en de diagonale gecumuleerde Dode hoek-lijn die op de rechterras samenkomen en zo een hoek vormen. Drie situaties kunnen zich voortdoen:

1. Wanneer de oversterfte zich boven de horizontale lijn situeert is dit een aanduiding dat er een grotere oversterfte is dan kan aangenomen worden overeenkomstig het aantal plaatsen in een woonzorgcentrum. De aanwezigheid van woonzorgcentra worden een factor van sterkere verspreiding van het virus.
2. Wanneer de oversterfte onder de diagonale lijn gesitueerd is dan betekent dit dat, voortgaande op de beschikbare woonzorg-plaatsen, er een lage(re) oversterfte is. De woonzorgcentra vormen dan als het ware een buffer tegen het virus.
3. Wanneer de oversterfte-lijn zich binnen de Dode hoek bevindt dan beantwoord het dodental ende oversterfte aan het hoge gemiddelde van 2/3 doden in woonzorgcentra op het totaal vastgetselde mortaliteit in 2020 tussen 18/03/2020 en 31/05/2020.

In de mate de vastgestelde oversterfte hoger, gelijk of lager ligt dan de Molenberghs hoek kan geconcludeerd dat bij overstijgen van de hoek méér corona-doden vielen en wanneer de oversterfte lijn lager ligt, het aantal coronadoden in woonzorgcentra lager lag dan wat als gemiddelde werd vastgesteld.

Oost-Vlaanderen

Limburg

Gewest Brussel

Arrondissement Bergen

8.7. De WZC-profit-lijn - % plaatsen in profit-woonzrgcentra

Tegen deze achtergrond van de grafiek met de Dode hoek kan een vierde lijn getekend worden, nl de lijn waarbij het % plaatsen in profit-woonzorgcentra wordt weergegeven op het totaal aantal plaatsen inwoonzorgcentra.

Het betreft dus alle op winst gerichte woonzorgcentra, zowel deze met een commercieel statuut als VZW's die afhankelijk zijn van financiële en commerciële groepen.

Voor een volledig overzicht van de Woonzorgcentra, aantal plaatsen, statuut, groepen, netwerken en clusters, alsmede de dagprijs per woonzorgcentrum voor de Vlaamse gemeenschap, zie de uitgebreide berichten met alle lijsten BuG 450 on-line en BuG 452 on-line. Voor aanvullingen en correcties, zie info@npdata.be. Hieronder een tabelletje met % plaatsen naar statuut. Voor de grafiek en de profit-lijn gaan we voort op 39%.

Woonzorgcentra naar statuut en gewest - in % - 2020
  Vlaams Brussels Waals België
Non-Profit        
   Publiek 30% 18% 28% 28%
   VZW-Non Profit 43% 14% 23% 33%
   Totaal 73% 32% 51% 61%
Profit          
  VZW-Profit 11% 2% 2% 7%
  Profit-Profit 16% 66% 47% 32%
   Totaal 27% 68% 49% 39%
Totaal WZC 100% 100% 100% 100%

 

Voor België is het % profit WZC 39%. We voegen de lijn toe aan het grafische beeld, met de waarden op de rechter as, de oversterfte. De gemiddelde lijn wordt zo gepositioneerd dat ze samenvalt met het totaal aantal doden door oversterfte in woonzorgcentra, zodat het niveau van¨% profit woonzorgcentra per lokaliteit onmiddellijk gesitueerd kan worden, zowel tav het aantal doden, als tav van de gemiddelde situatie, voortgaande op de parameters van Molenberghs. 

België

Elk gewest, provincie, arrondissement kan op dit vlak nagaan:

- in welke mate zij meer dan elders, met de Dode hoek als referentiekader, te maken kregen met overlijdens van bewoners van woonzorgcentra
- in welke mate het % profit-WZC interfereert/samengaat met meer of minder overlijdens in woonzorgcentra, zonder dat hiermee gezegd is dat er een causale relatie is

Arrondissement Antwerpen

De oversterfte ligt onder de Dode hoek, en dat geeft aan dat deze relatief laag is, en dit gaat samen met een beperkt aanwezig zijn van profit-woonzorgcentra.

Arrondissement Luik

De oversterfte ligt hoger dan wat men maximaal mocht verwachten op basis van de aanwezigheid van woonzorgcentra, hier ligt het % van profit-WZC-plaatsen niet alleen een goed stuk hoger dan in België maar ook tav Wallonië.

Arrondissement Hasselt

In Hasselt, zoals in gans Limburg trouwens, is de oversterfte extreem hoog in de woonzorgcentra, vergeleken met het gemiddelde dat men volgens de Dode hoek mag verwachten. Daarbij ligt het aantal profit WZC's erg hoog tav van het gemiddelde van 27% in het Vlaams gewest.

Brussels gewest

De oversterfte in woonzorgcentra is in Brussel boven wat men mocht verwachten op basis van de vastgestelde parameters in het universitaire onderzoek van Molenberghs. Daarbij, of juist daarom ligt % profit woonzorgcentra er met 68% zeer hoog.

8.8. Het aantal plaatsen in woonzorgcentra, een factor?


In welke mate varieert het aantal corona-doden in woonzorgcentra met het aantal plaatsen in centra in een lokaliteit. In een vorig bericht concludeerden we dat gegeven het hoge dodental, een hoger aantal plaatsen in WZC fungeerde als een buffer tegen het virus, dwz dat de woonzorgcentra (die het virus buiten konden houden, en dat was de grote meerderheid) in feite beschermhuizen geweest zijn. Dat stelde de vraag op scherp om welke reden het in een beperkt aantal woonzorgcentra volledig is misgelopen.

We hernemen de vraag vanuit een nieuwe lijn die toegevoegd wordt aan de grafiek met de dode hoek, nl, de (blauwe) lijn die het % aangeeft van aantal plaatsen in woonzorgcentra tav de bevolking, de WZC-lijn. We laten, zoals bij de profit lijn, deze lijn samenvallen met de oversterfte als gemiddelde in België, nl 1,28% op het aantal inwoners.

België

Limburg

Van alle provincies heeft Limburg, in verhouding met haar bevolking het minste plaatsen in woonzorgcentra (1,05%), daartegenover zijn ze de provincie met het hoogste % profit-woonzorgcentra (zie boven). Is het deze combinatie die hen parten gespeld heeft.  Daar tegenover staat West-Vlaanderen in het Vlaamse gewest met het hoogste % plaatsen in woonzorgcentra (1,4%).

West-Vlaanderen

Ook in Walloniê is een gelijkaardig samengaan vast te stellen, het dodental in woonzorgcentra lag er binnen de hoek van het gemiddelde voor België Ook het % profit-WZC lag er op het Waalse gemiddelde.

Charleroi

In de provincie Luik, met een relatief hoog aantal plaatsen in WZC is er een zeer hoge aanwezigheid van profit-WZC, en een wezenlijk hogere maar geen extreme oversterfte.

Luik

Tot slot Brussel met een gemiddeld % woonzorgcentra maar 68% op profit basis geschoeid.

Brussel



Tot slot

Het detail per gewest, provincie en arrondissement laat toe om het samengaan van een 'structurele' factoren zoals aantal plaatsen in woonzorgcentra en % profit-WZC na te gaan. Uiteraard kunnen hier nog een aantal andere sociale en economische factoren naar hun relevantie en belang voor het dodenaantal onderzocht worden. Het ter beschikking komen van alle data en het mee inschakelen van sociologen, sociaal-geografen en demografen zal alleszins een meerwaarde betekenen voor de uitdagingen waarvoor men staat en zal staan.

Jan Hertogen, socioloog